Leef- en woonwensen Leekerweide

Leekerweide Opdrachtgevers: Leekerweide

Steekwoorden: zorg, verstandelijk gehandicapten, VG, leefwensen, cliënten

Jaar: 2015, 2013, 2011, 2009, 2008, 2006 en 2003

Inleiding
Leekerweide biedt begeleiding, zorg, dagbesteding en wonen aan mensen met een verstandelijke beperking. De organisatie biedt haar zorgdiensten en ondersteuning voornamelijk aan in de regio West-Friesland en heeft op diverse locaties woningen, dagbestedingscentra, vrijetijdsbesteding en trefpunten. Daarnaast biedt Leekerweide zorg en ondersteuning in de thuissituatie aan. In totaal maken ruim 800 cliënten gebruik van de dienstverlening, van wie ongeveer 500 ook bij de instelling wonen. Sinds 2003 voert Ipso Facto het woonwensenonderzoek voor Leekerweide uit. Om het jaar wordt een update gedaan van het onderzoek onder de nieuwe bewoners.

Doel
Het woonwensenonderzoek heeft tot doel om een meerdimensioneel beeld (vanuit het perspectief van de cliënt, de cliëntvertegenwoordiger en de persoonlijk begeleider) te geven van de wensen en behoeften van de bewoners op gebied van wonen (woning, woonomgeving, huisgenoten), vrije tijd en dagbesteding. Vanwege de brede interpretatie van ‘wonen’ wordt ook wel gesproken van een leefwensenonderzoek.

De informatie die met het onderzoek wordt verzameld wordt zowel op populatieniveau verwerkt (rapportage voor de gehele groep bewoners) als op individueel niveau in een individueel dossier leefwensen. Dit dossier wordt toegevoegd aan het persoonlijk dossier van elke cliënt. Om de gegevens actueel te houden wordt regelmatig een update van het onderzoek uitgevoerd.

Werkwijze
Het leefwensenonderzoek bestaat uit het afnemen van een vragenlijst bij de cliënt zelf (via een interview, alleen indien de cliënt daartoe in staat is), een vragenlijst voor de persoonlijk begeleider (pb’er) en een vragenlijst voor de ouders of vertegenwoordigers.

In de vragenlijsten wordt het dagelijks leven zoveel mogelijk opgedeeld in verschillende onderdelen of aspecten (de zogenoemde aspectenbenadering). Gedacht moet worden aan aspecten als de woonomgeving, de kenmerken van de woning, de groep, het welbevinden en (eventueel, zoals bij Leekerweide) de dagbesteding en de vrije tijd. Per aspect kan aangegeven worden wat wenselijk en wat niet wenselijk is en, in termen van de cliënt, wat de cliënt belangrijk en leuk vindt en wat hij/zij niet leuk of fijn vindt.

Door de visie van de verschillende betrokkenen naast elkaar te plaatsen wordt een meerdimensionaal beeld verkregen van de gewenste situatie en kunnen voor- en nadelen tegen elkaar worden afgewogen. Een belangrijk voordeel van deze methode is dat personen min of meer gedwongen worden om alle facetten los van elkaar te beschouwen.

De vragenlijst voor de pb’er is het meest uitgebreid, omdat daarin ook wordt gevraagd naar de aard van de beperking van de cliënt en de consequenties daarvan voor het wonen (zoals minimumeisen die aan de woning worden gesteld). De vragenlijst voor de cliënten is het kortst en heeft betrekking op wat hij/zij leuk en belangrijk vindt met betrekking tot het wonen en dagelijkse activiteiten. Uitgangspunt bij de dataverzameling is dat de respons onder pb’ers 100% is, zodat van iedere cliënt in ieder geval informatie uit het begeleidersperspectief beschikbaar is.

Resultaten
De resultaten van het woon- of leefwensenonderzoek worden vastgelegd in:

  • Onderzoeksrapport, met alle resultaten op populatieniveau. Daarbij worden diverse uitsplitsingen gemaakt, onder andere naar perspectief van de respondenten (cliënt, vertegenwoordiger of pb’er) en naar kenmerken en beperking van de cliënten. Indien van toepassing kan aan de hand van de resultaten een aantal scenario’s voor de toekomst worden uitgewerkt (zie het voorbeeld van Adullam elders op de site)
  • Persoonlijk dossiers van alle cliënten waarin de antwoorden van cliënten, pb’er en cliëntvertegenwoordiger naast elkaar worden gepresenteerd.