Leef- en woonwensen Stichting Fatima

Fatima_185Opdrachtgevers: Stichting Fatima

Steekwoorden: zorg, verstandelijk gehandicapten, VG, leefwensen, woonwensen, cliënten

Jaar: 2008, 2005

Inleiding
Stichting Fatima is een instelling die woonvoorzieningen, zorg, dagbesteding en/of begeleiding biedt aan mensen met een verstandelijke beperking in Oost-Gelderland.

Doel 
Het doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de wensen omtrent de woonsituatie van de cliënten, vanuit het perspectief van de persoonlijk begeleider, de cliëntvertegenwoordiger en de cliënt zelf. Een belangrijk uitgangspunt is dat Ipso Facto het leef- en woonwensenonderzoek duidelijk loskoppelt van het besluitvormingsproces over een uiteindelijke woonsituatie. Bij het onderzoek gaat het om voorkeuren, behoeften en wensen die richtinggevend kunnen zijn voor het wonen en eventuele nieuwbouw. Er worden nog geen besluiten genomen of toezeggingen gedaan over het toekomstige wonen.

Werkwijze 
Het leefwensenonderzoek is uitgevoerd in 2005 en 2008. In 2005 is het onderzoek uitgevoerd onder alle cliënten, in 2008 onder ‘nieuwe’ cliënten’ en de ouders/vertegenwoordigers van cliënten die op de wachtlijst stonden. Fatima heeft voorafgaand aan de dataverzameling een selectie gemaakt van cliënten van wie verwacht werd dat zij mee konden werken aan een interview. Deze groep – ongeveer een kwart van de populatie – is geïnterviewd door twee medewerkers van de instelling. In bijna alle gevallen leverden de interviews bruikbare resultaten op over de individuele leefwensen van de cliënten. In aanvulling op de interviews zijn alle wettelijk vertegenwoordigers én alle persoonlijk begeleiders van de cliënten gevraagd een vragenlijst in te vullen. Van de cliënten op de wachtlijst zijn alleen de ouders/wettelijk vertegenwoordigers benaderd.

Resultaten
De resultaten van het woonwensenonderzoek zijn vastgelegd in:

  • Onderzoeksrapport, met alle resultaten op populatieniveau. De antwoorden van de vertegenwoordigers en persoonlijk begeleiders zijn goed vergelijkbaar met elkaar en geven gezamenlijk een betrouwbaar beeld van de wensen en behoeften van de gehele populatie cliënten. De antwoorden van de geïnterviewde cliënten zijn niet representatief voor de gehele populatie, omdat het vooral de meer zelfstandige en mondige cliënten zijn die deel hebben genomen aan het onderzoek. In  de rapportage worden de resultaten daarom altijd uitgesplitst naar het perspectief van de respondenten (cliënt, vertegenwoordiger of persoonlijk begeleider). Daarnaast worden de leef- en woonwensen gerelateerd aan kenmerken en beperkingen van de cliënten.
  • Persoonlijk dossiers van alle cliënten waarin de antwoorden van de cliënt (indien geïnterviewd), persoonlijk begeleider er en cliëntvertegenwoordiger naast elkaar worden gepresenteerd.