Mediation in Primair Onderwijs

Vervangingsfonds_box_185Opdrachtgever: Vervangingsfonds

Steekwoorden: sociale zaken, onderwijs, verzuimbeleid, re-integratie

Jaar: 2008

Inleiding
Het Vervangingsfonds is geïnteresseerd in de mogelijkheden van mediation als instrument om ziekteverzuim als gevolg van conflicten terug te dringen. Mediation is een vorm van conflictoplossing waarbij een onafhankelijke en neutrale mediator partijen begeleidt om tot een gezamenlijk gedragen oplossing te komen. In 2002 is het pilotproject ‘Introductie van Mediation in de Onderwijssector’ gestart. Naar aanleiding van de resultaten van dit project heeft het Vervangingsfonds Ipso Facto de opdracht gegeven om, voorafgaand aan een verdere inzet van mediation in het primair onderwijs, een onderzoek te verrichten naar het gebruik van en de bekendheid met dit instrument.

Doel
Het pilotproject toonde aan dat het instrument mediation nog onvoldoende bekend is op instellingsniveau. Mogelijk spelen ook vooroordelen een belemmerende rol bij de introductie van mediation. Een gerichte aanpak van deze belemmeringen is nodig om mediation in het onderwijs te laten slagen. Het onderzoek richt zich op zowel de omvang van de conflictproblematiek in het primair onderwijs, de kenmerken van de scholen waar deze problematiek zich voordoet, als de wijze waarop met deze conflicten wordt omgegaan en de bekendheid met en het gebruik van mediation.

Werkwijze
Ipso Facto is gestart met een kwalitatieve verkenning waarin interviews zijn gehouden met mediators en deskundigen, een deskresearch en een documentenanalyse zijn uitgevoerd. Na de verkenning bestaat de dataverzameling uit een kwantitatieve online enquête en een kwalitatieve verdieping. De enquête is getest door een groep gebruikers uit het onderwijs. In totaal verzoeken we duizend personen, verdeeld over 450 scholen, de online enquête in te vullen. We verdelen de doelgroep in vier geledingen zodat de aanpak van belemmeringen op iedere doelgroep kan worden afgestemd. Dit zijn leerkrachten, directeuren, personeelsfunctionarissen en leden van het bovenschools management. Aansluitend volgt de verdiepingsfase die bestaat uit een vijftal groepsgesprekken en een evaluatie van de congresmiddagen die tijdens het pilotproject zijn georganiseerd. De onderzoeksresultaten worden vertaald in handreikingen om geconstateerde belemmeringen weg te nemen.

Resultaten
Uit de resultaten van de enquête blijkt dat heel weinig respondenten de gepresenteerde vooroordelen bevestigen. De enige misvatting die een aanzienlijk deel van de medewerkers lijkt te hebben, is dat de aan een mediationtraject deelnemende partijen over goede gespreksvaardigheden moeten beschikken. Daaraan kan worden toegevoegd dat mediation wordt geassocieerd met ‘verlies; als gevolg van het niet zelf kunnen oplossen van het conflict. Een deel van de respondenten denkt dan ook dat de mediator het conflict zal oplossen voor de conflictpartijen. Daarnaast is een aantal andere belemmeringen gesignaleerd die in de praktijk mee lijken te wegen bij de keuze voor mediation. Veel onderwijsmedewerkers vinden het bijvoorbeeld een nadeel dat het succes van mediation afhangt van de individuele kwaliteit van de mediator. Ook de mogelijk lange duur van een mediationtraject wordt als nadeel beschouwd. Mediators hebben daarnaast de indruk dat het gebrek aan mogelijkheden om mediation onder werktijd te doen als drempel wordt ervaren. Anderzijds worden de meer bekende positieve kenmerken van mediation door de respondenten onderschreven: ‘partijen hebben een actieve rol en houden alles zelf in de hand; ‘acceptatie is groter door gezamenlijke oplossing; en ‘besloten en vertrouwelijke procedure’. Het onderzoek is in maart 2008 afgerond.