Toepassing van drukpakken in de gezondheidszorg

CVZ_box_185Opdrachtgever: College voor Zorgverzekeringen

Steekwoorden: zorg, zorgverzekering, verzekerd pakket

Jaar: 2002

Inleiding
Ipso Facto heeft in opdracht van het CVZ een verdiepingsstudie uitgevoerd naar de toepassing van drukpaktherapie in Nederland. Het CVZ brengt jaarlijks een Signaleringsrapport uit over knelpunten in de verstrekking van hulpmiddelen. Een van de signalen waarvoor nader onderzoek noodzakelijk werd geacht, betreft de situatie rond de verstrekking en vergoeding van drukpakken. Regeling Hulpmiddelen 1996 regelt de aanspraak op de verstrekking van drukpakken, maar is beperkt tot de behandeling van brandwonden. Een aanzienlijk aantal ziektekostenverzekeraars is echter van mening dat drukpakken ook bij andere indicaties moeten kunnen worden verstrekt. Daarnaast bestaat er geen helder inzicht in de wijze waarop door de zorgverzekeraars in de praktijk wordt gehandeld ten aanzien van aanvragen ter verstrekking van drukpakken in de behandeling van andere aandoeningen dan brandwonden.

Werkwijze
Het onderzoek diende antwoord te geven op de onderstaande drie hoofdvragen:

  • Voor welke aandoeningen/patiëntcategorieën, anders dan de indicatie brandwonden welke genoemd wordt in de Regeling Hulpmiddelen, is een behandeling met een drukpak, dan wel druktherapie op medische gronden geïndiceerd?
  • Hoe is de verstrekking en vergoeding van drukpakken/druktherapie geregeld, wanneer deze worden toegepast in de behandeling van andere aandoeningen dan genoemd in de Regeling Hulpmiddelen?
  • In welke gevallen voldoet de Regeling Hulpmiddelen en waar levert de Regeling Hulpmiddelen problemen op (met het oog op een doelmatige verstrekking/vergoeding en zorg)?

Na een voorbereidende fase waarin de verkenning van de problematiek rond de verstrekking van drukpakken centraal staat, is gestart met de hoofdmodule van het onderzoek. In tien ziekenhuizen (waaronder academische ziekenhuizen en ziekenhuizen met topklinische zorg) zijn aan de hand van een semi-gestructureerde vragenlijst interviews gehouden met medewerkers die inzicht hebben in de zorginhoudelijke of financieel-administratieve aspecten van de behandeling met drukpakken. De validiteit van het onderzoek wordt getoetst door de resultaten voor te leggen aan beleidsmedewerkers van enkele ziekenfondsen. De validiteit is gewaarborgd indien het beeld dat de resultaten van het onderzoek schetsen overeenkomt, dan wel niet te zeer afwijkt van de uitvoeringspraktijk van de ziekenfondsen betreffende de situatie van drukpakken in relatie tot de Regeling Hulpmiddelen.

Resultaten

Toepassing
Het principe van drukpaktherapie bestaat in grote lijnen uit het aanbrengen van een constante en exact bepaalde druk op de huid. Dit wordt bewerkstelligd door elastische kleding en heeft als primair doel het voorkomen van hypertrofische littekens of het bevorderen/versnellen van het herstel van hypertrofische littekens. Secundaire doelen van drukpaktherapie zijn de bescherming van het littekenweefsel en de bestrijding van jeuk. Onderzoek en de klinische praktijk hebben aangetoond dat de toegepaste druk resulteert in een versnelde uitrijping van het litteken, een reductie van de dikte en roodheid, en het flexibeler worden van het litteken. Dit heeft als belangrijk voordeel dat littekenweefsel daardoor beter behandelbaar en beter operabel is. Drukkleding heeft daarmee ook een preventieve component.

Naast drukpakken worden in de praktijk siliconen toegepast in de behandeling van hypertrofisch littekenweefsel in de vorm van gelsheets en elastomeren. Applicatie van siliconen is in tegenstelling tot drukpaktherapie ook geschikt voor plaatsen waar geen druk op de huid kan worden uitgeoefend met drukpakken, zoals zachte lichaamsdelen als de wang of buik, of wanneer er sprake is van een concaviteit. Een bijkomend verondersteld werkingmechanisme van de siliconenpad is de hydratatie van het litteken doordat waterverlies wordt tegengegaan door het afsluiten (occlusie) van het litteken. Daarmee wordt littekenhypertrofiëring geremd evenals het samentrekken van de huid (littekencontractuur). In de praktijk worden soms beide methoden tegelijkertijd toegepast, zeker als duidelijk is dat de effecten van beide therapievormen elkaar versterken.
Hypertrofische littekens ontstaan circa zes tot acht weken na een verwonding waarbij de reticulaire laag van de huid is beschadigd. De uitrijping van een hypertrofisch litteken, neemt over het algemeen 6-18 maanden in beslag. Gedurende die tijd dienen drukpakken, 24 uur per dag, 7 dagen per week, gedragen te worden om hypertrofische littekens te voorkomen of het herstel ervan te bevorderen/versnellen.

Indicaties
De indicaties voor druktherapie kunnen worden verdeeld in twee belangrijke groepen. De eerste groep betreft de aandoeningen waarbij sprake is van een behandeling van hypertrofisch en keloïd littekenweefsel. Met name in deze groep wordt gebruik gemaakt van drukkleding. De tweede groep aandoeningen betreft de aandoeningen waarbij sprake is van vaatproblematiek zoals de lymfoedemen. Bij de behandeling van deze categorie aandoeningen wordt de druk echter in de meeste gevallen gerealiseerd door (goedkopere) alternatieven zoals steunkousen en zwachtels.

Vergoedingsproblematiek
Drukpakken worden in alle geïnterviewde instellingen primair vergoed op grond van de Regeling Hulpmiddelen. In geen van de bezochte instellingen gaat druktherapie ten koste van het ziekenhuisbudget. In de gevallen dat druktherapie wordt toegepast in de behandeling van aandoeningen anders dan brandwonden is vergoeding afhankelijk van het beleid van de betreffende zorgverzekeraar. Zorgverzekeraars gaan soms over tot vergoeding indien er sprake is van ernstige en bijzondere gevallen, waarbij bovendien de aanvraag vergezeld gaat van een onderbouwde motivatie van de behandelend arts. Vaak staan zorgverzekeraars echter eerder terughoudend tegenover de vergoeding van drukpakken.

Het vervolg
Op basis van het uitgevoerde onderzoek concludeert het CVZ dat de huidige regeling Hulpmiddelen, die alleen in een vergoeding van drukpakken voorziet als er sprake is van hypertrofisch littekenweefsel ten gevolge van brandwonden, te beperkt is daar gebleken is dat diverse trauma’s kunnen leiden tot het ontstaan van hypertrofisch littekenweefsel. Door de huidige beperkte vergoedingssystematiek worden de toepassingsmogelijkheden van druktherapie ernstig beperkt. De aanspraak op drukpakken zou moeten worden verruimd zodat de oorzaak van het ontstaan van het littekenweefsel niet langer relevant is. Het is daarnaast de vraag of de Regeling moeten worden aangepast, of dat de financiering van drukkleding op een andere wijze zou moeten plaatsvinden.

Op basis van de bevindingen vindt het CVZ dat druktherapie onderdeel is van een medisch specialistische behandeling. Het CVZ stelt daarom voor de aanspraak op drukkleding op grond van de Regeling te laten vervallen en onder te brengen bij de aanspraak op de geïntegreerde medisch specialistische behandeling. Als dit voorstel op korte termijn niet kan worden overgenomen, stelt het CVZ voor het indicatiecriterium (brandwonden) uit de Regeling te schrappen en de term drukpakken te vervangen door therapeutische kleding.

Rapport
Het eindrapport van dit onderzoek kunt u downloaden door de volgende link aan te klikken:

Eindrapport
Toepassing van drukpakken in de gezondheidszorg